03-11-2019 Zweet- en Sleepspoor Proef*

Zondag 3 november 2019 is de Zweet en sleepspoorproef

Zweet- en Sleepspoor Proef
Doel van de zweet- en sleepspoorproef is om door middel van kunstmatige sporen die de jachtpraktijk zoveel mogelijk benaderen, de deelnemende honden te testen op een voor het nazoek van ziekgeschoten wild bijzondere aanleg. Niet de bedoeling is dat na het behalenvan de zweet- en sleepproef men zich plaats op een lijst van ervaren nazoek ZweethondenDe zweet- en sleepspoorproef bestaat uit de volgende onderdelen:

1. Zweetwerk
2. Haarwildsleep
3. Veerwildsleep

Zweetsporen
De lengte van het zweetspoor bedraagt minimaal 450 en maximaal 600 meter. Het spoor is gelegd is het bos, met inbegrip van enige open plekken en kaalslagen. Een spoor kent geen rechte stukken, minstens twee haken alsmede twee wondbedden, welke zijn gemarkeerd,de aanwezigheid van snijhaar en extra bloed. Alle zweet kunst of natuur meldt de voorjager aan de keurmeesters. Het spoor is in zijn geheel licht gebogen. De ruimte tussen twee verschillende zweetsporen dient over de gehele lengte 100 meter te bedragen. Na vijftig tot
100 meter wordt de eerste haak aangebracht. Na circa 100 meter kan het eerste wondbed worden aangetroffen. Voor het spoor mag niet meer dan een 1/4 liter bloed zijn gebruikt. Het spoor dient bij het uitwerken minimaal drie uur oud te zijn en maximaal zes en half uur oud. De aangenomen post van de schutter wordt met een plaatsbreuk gemarkeerd. Elk spoor heeft een nummer, bij loting worden de sporen aan de deelnemers toegewezen.

Haarwildsleep
De haarwildsleep wordt door het bos gelegd, is 200 à 250 meter lang en heeft twee stompe haken. Er kunnen twee stuks wild worden gebruikt, één als sleepwild en één als te apporteren wild, welke beide aan het eind van de sleep worden gelegd. De keurmeester die Proevenreglement zoals dat luidt met ingang van 16 april 2016 de sleep heeft getrokken blijft aan het einde van het spoor achter, waar hij zich verdekt opstelt ten einde het gedrag van de hond te kunnen beoordelen bij het einde van de sleep en het opnemen van het wild. De andere keurmeester stelt zich aan het begin van het sleepspoor op, zodat hij de uitvoering van het eerste deel van het uitwerken van het sleepspoor alsook het afgeven van het wild aan de voorjager kan beoordelen. De voorjager mag de hond de eerste 30 meter van het spoor begeleiden.

Veerwild sleep
De veerwildsleep wordt waar mogelijk in open land (gras) gelegd, is 100 tot 150 meter lang en heeft twee stompe haken. Er worden twee stuks wild gebruikt, één als sleepwild en één als te apporteren wild, welke beide aan het eind van de sleep worden gelegd. De keurmeester die de sleep getrokken heeft blijft aan het einde van het sleepspoor achter, waar hij zich verdekt opstelt ten einde het gedrag van de hond te kunnen beoordelen bij het einde van de sleep en het opnemen van het wild. De andere keurmeester stelt zich aan het begin van het sleepspoor op, zodat hij de uitvoering van het eerste deel van het uitwerken van het sleepspoor alsook het afgeven van het wild aan de voorjager kan beoordelen.De voorjager mag de hond de eerste 30 meter van het spoor begeleiden.Het bovenstaande is een gedeelte van de proevenuitleg. De volledige uitleg vind je in de bibliotheek bij de tab proevenuitleg.

19-10-2019 Jongehondendag

Waarom een JongeHondenDag?

Menige eigenaar zal nog onder de indruk zijn van het temperament, lichtelijk radeloos omdat er van alles gebeurd wat niet gewenst is, wat wel gewenst is gebeurt niet kortom….opvoedproblemen. De fokker zal graag willen weten wat er met zijn pup gebeurt en hoe die zich ontwikkeld. Daarom organiseert de WSH jaarlijks de JongeHondenDag om beide partijen de mogelijkheid te bieden elkaar weer te treffen en antwoorden te geven op alle vragen. Heeft u dit niet nodig dan maken we er een gezellige dag van.

De keurmeesters beoordelen de jonge honden – rekening houdend met leeftijd en ringervaring (niet vereist) en geven een toekomstverwachting. Het is geen wedstrijd, er volgt dan ook geen plaatsing. Hierna geven ze ook hun mening over het hele nest in aanwezigheid van de ouderdieren. Dit onderdeel is voor de fokker heel belangrijk. Hier staat of valt of zijn keuze wordt bevestigd of dat een andere combinatie wenselijk is.

Op deze dag heeft de WSH alle expertise aanwezig. Voor vragen of adviezen bent u bij het secretariaat altijd welkom – zij helpen u verder of brengen u in contact met de juiste persoon of organisatie.

Inschrijving voor de Jongehondendag staat open voor honden die geboren  zijn tussen 14-06-2018 en 13-06-2019.

Inschrijving is gesloten

13-10-2019 Zweetspoor F

Het doel van deze proef is het vaststellen van de mate van geschiktheid van de deelnemende honden voor de nazoek op ziek grofwild. Om aan deze proef te mogen deelnemen moet de hond de aantekening Sv (zie Artikel II.A.7), een overeenkomstige buitenlandse aantekening hebben behaald of een SJP C diploma. De proef wordt beoordeeld door twee keurmeesters.

De sporen worden gelegd in enigszins onoverzichtelijke, voldoende met schaalwild bezette percelen, bij voorkeur afwisselend terrein bestaande uit bospercelen, kaalslagen, dekkingen en bosweitjes; openbare wegen en veel belopen paden dienen zo mogelijk te worden vermeden. Indien de bodem is bedekt met sneeuw mogen geen sporen worden gelegd. De lengte van het spoor De lengte van elk spoor is ongeveer 500 meter. Het spoor dient bij voorkeur licht gebogen te zijn en dient enigszins slingerend te verlopen. Haken, wondbedden en verwijspunten In het spoor moeten twee rechthoekige haken, één wondbed en drie verwijspunten voorkomen. Per 100 meter spoor wordt ongeveer 25 ml zweet van schaalwild gebruikt. Bij aanvang van de proef dient het spoor minimaal twintig en maximaal vierentwintig uur oud te zijn.

Inschrijven via Orweja

5-10-2019 MAP

Een Meervoudige Apporteerproef  (MAP) bestaat uit zes meervoudige, niet gestandaardiseerde apporteerproeven op B-niveau en twee meervoudige, niet gestandaardiseerde apporteerproeven op A-niveau. Het doel van de MAP is het beoordelen van het werk na het schot van de deelnemende honden onder meer jachtpraktijk gerichte omstandigheden. Hierbij vormen de elementen gehoorzaamheid, veldverstooing, effectief en zelfstandig werken, een zwaarwegende factor in de beoordeling. Daarnaast worden in wedstrijdverband de prestaties van de deelnemende honden met elkaar vergelijken.

Inschrijven via Orweja.

De volledige uitleg over de proeven kunt u vinden op de onderstaande link
http://www.orweja.nl/wp-content/uploads/2012/02/ARJP-def-mei-2017.pdf

21-09-2019 WSH Aanlegproef Veldwerk*

* telt mee voor Predicaat Natuurlijk Aanleg

De aanlegproef veldwerk heeft als doel de natuurlijke jachteigenschappen van de hond te beoordelen en te registreren waarbij in aanmerking wordt genomen de leeftijd van de hond alsmede de ervaring die de hond zou kunnen bezitten. De honden dienen, zo mogelijk meerdere malen voor wild gebracht te worden tenzij aan een hond na zijn eerste loop reeds voor neus, voorstaan en zoeken de kwalificatie “Zeer Goed” kan worden toegekend. Als het zoeken dusdanig is dat verder keuren op dit punt geen resultaten kan geven stopt de keuring.

Op de aanlegproef veldwerk worden de navolgende vakken beoordeeld:

1. Neus;
2. Voorstaan;
3. Zoeken;
4. Handelbaarheid;
5. Gehoorzaamheid;
6. Gedrag ten opzichte van andere honden

Verder wordt, indien de mogelijkheid zich voordoet, de wijze van jagen vastgesteld, almede wordt beoordeeld of de hond handschuw is en op welke wijze hij reageert op het schot.

Neus
De veelzijdige inzet van de toekomstige jachtgebruikshond vereist een goed gebruik van het reukvermogen dat om die reden als afzonderlijk onderdeel beoordeeld wordt. De beoordeling van de neus vindt echter niet plaats door middel van een aparte daarop gerichte oefening maar tijdens de uitvoering van de vakken voorstaan en zoeken. Als de mogelijkheid zich voordoet dat een haas wordt opgestoten of dat de hond op een hazenspoor loopt kan de neus mede worden beoordeeld aan de hand van het volgen van het gezonde spoor van het haas en de manier van jagen van de hond.

Voorstaan
Voorstaat doet de hond op verwaaiing van veer- of haarwild; voorstaan op gezicht moet negatief beoordeeld worden. De hond dient voor hem niet zichtbaar wild wat gevonden wordt d.m.v. verwaaiing en het reukvermogen voor te staan of in mindere mate voor te liggen. Voorliggen wordt minder gewaardeerd dan voorstaan. Het kort definiëren en tot een korte verstrakking komen mag niet hoger dan Goed worden gewaardeerd. Echter het door blijven voorstaan wordt op de aanlegproef niet geëist en mag niet tot een lagere beoordeling leiden. Uitstoten van wild voor dat de voorjager bij de hond is mag niet tot een lagere waardering leiden, evenmin als het achtervolgen van uitgestoten wild. Indien een hond echter herhaaldelijk wild bewust uitstoot zonder voorstaan of doelbewust hazen zoekt om deze te hetzen moet dit onderdeel met onvoldoende beoordeeld worden.

Zoeken
Doel van dit onderdeel is om met gebruikmaking van de wind een veld systematisch naar aanwezig wild af te zoeken. Daartoe dient de hond met een zekere snelheid op de windrichting slagen te maken tegen de windrichting in. Het flankerend (revieren) zoeken moet vlijtig en volhardend zijn en de slagen dienen regelmatig te worden uitgevoerd, zodat het door de keurmeester aangegeven deel van het veld volledig
wordt afgezocht. Aan het zoekgedrag moet de wil tot het vinden van wild kunnen worden herkend. De hond dient over voldoende uithoudingsvermogen te beschikken. Beoordeeld wordt de snelheid en regelmaat waarop de hond het veld afzoekt. Een hond die bij voortduring doelbewust hazen zoekt teneinde deze te hetzen en daarbij aanwezig veerwild overslaat behaalt voor dit onderdeel een onvoldoende. Honden die niet voldoende veld nemen, niet bij hun voorjager weg gaan kunnen geen voldoende behalen.

Schotschuwheid
Voorgeschreven is dat een schot uit een hagelgeweer wordt afgevuurd om deze test te doen. Indien door omstandigheden het niet mogelijk is een schot af te geven met een hagelgeweer dient een schot met een knalpistool te worden afgegeven om deze test te doen. Het schot wordt afgevuurd als de hond in volle zoekactie is en zich binnen schotsafstand bevind. Schotschuw is de hond die op het schot met duidelijke tekenen van angst of zelfs paniek reageert, bij zijn voorjager of een ander bescherming zoekt en zich aan de verdere deelneming van de proef onttrekt. Een reactie op het schot, waarbij de hond zich naar zijn voorjager begeeft, om te onderzoeken wat er aan de hand is, mag niet als “schotgevoelig” worden uitgelegd. Een hond die schotschuw is kan de proef niet behalen.

Let op het bovenstaande is slechts een gedeelte van de proevenuitleg. Voor de volledige uitleg kijk in de bibliotheek bij proevenreglement.

 

18-09-2019 Veldwedstrijd Jeugd Steenbergen Najaar

LET OP!!!!!

Inschrijven gaat via Orweja.

Een jeugdveldwedstrijd is een niet kampioenschapsveldwedstrijd, welke uitsluitend in solo wordt gelopen en waarvoor beperkende bepalingen met betrekking tot de minimum en maximum leeftijd van de deelnemende honden van kracht zijn.De in te schrijven honden moeten op de dag van wedstrijd de leeftijd van 9 maanden hebben bereikt en mogen bij aanvang van het betreffende seizoen voorjaarsseizoen dan wel najaarseizoen de leeftijd van 2 jaar nog niet hebben bereikt.

Voorjaarsseizoen: De periode lopende van en met 1 maart tot 1 juli.
Najaarsseizoen: De periode lopende van en met 1 juli tot 1 maart van het daarop volgende jaar

Voor jeugdveldwedstrijden zijn met betrekking tot de beoordeling van de honden de bepalingen, welke gelden voor overeenkomstige kampioenschapsveldwedstrijden in beginsel niet van kracht. Van de deelnemende honden wordt door de keurmeesters, zoveel als mogelijk, de natuurlijke aanleg beoordeeld en een verwachting voor de toekomst uitgesproken; een en ander in relatie tot de werkeisen en de werkstijl van het ras.

Inschrijven via Orweja

Kijk voor meer informatie op de site van Orweja. http://www.orweja.nl